Hallo. Ik ben Wouter Hagen. Ik ben universiteitsstudent. De universiteit is in Leuven. Leuven is een universiteitsstad. Ik heb een vader, een moeder, een zus en ook een hond. We hebben een huis met een tuin in Antwerpen. Er is een vijver in de tuin. Bij de vijver is er een kat. Er zijn nog twee katjes. Het zijn de twee kindjes van de kat. Waar is de hond? De hond is ook in de tuin. De hond heeft een been. Vader en moeder zijn binnen in het huis. Vader is boekhouder en moeder is huisvrouw. Zus is Lies. Zus is nog op school. Ze heeft veel huiswerk. In de woonkamer zijn er vier stoelen en een tafel. Op de tafel zijn er kopjes en borden. De kopjes zijn klein maar de borden zijn groot. Er is een kopje koffie voor moeder en vader, thee voor Lies en een glas fruitsap voor Wouter. Ik heb foto's van de universiteit. De foto's zijn mooi. Er is ook een boek over Leuven en een krant op de tafel. Het boek is interessant.