Artikel 16
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regelen gesteld betreffende de wijze, waarop de aanvraag om een vergunning dient te geschieden, en de gegevens, welke van de aanvrager kunnen worden verlangd.
2. Bij of krachtens de maatregel wordt in ieder geval bepaald dat de aanvrager in gevallen waarin de vergunning betrekking heeft op het oprichten of veranderen van een inrichting als bedoeld in artikel 15, onder b, dat tevens is aan te merken als het bouwen van een bouwwerk als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht:
a. indien de aanvraag om een omgevingsvergunning voor dat bouwen tegelijk met de aanvraag om de vergunning krachtens deze wet is ingediend, een afschrift van die aanvraag om een omgevingsvergunning bij zijn aanvraag overlegt;
b. indien de aanvraag om een omgevingsvergunning voor dat bouwen niet tegelijk met de aanvraag om de vergunning krachtens deze wet wordt ingediend, een afschrift van die aanvraag om een omgevingsvergunning aan het bevoegd gezag overlegt gelijktijdig met de indiening van die aanvraag.