Mijn zusje was bijna aan het winnen , ik baalde wel een beetje maar ja het is maar een spel denk
ik altijd. Ook al kan ik geen genoeg krijgen van Mens Erger Je Niet . Mijn ouders kwamen de kamer
binnen en ze zeiden dat ze nu weg moesten naar het theater want anders kwamen ze te laat. Ze
namen Isabella mee omdat er alleen maar 3 mensen per gezin mochten komen. Ik vond het niet
eens erg dat ze Isabella mee namen omdat ik de vorige keer al mee was geweest. En trouwens , ik
ben inmiddels al 15 en oud genoeg om 2 uurtjes alleen thuis te blijven , ook al werd het al donker.
‘Blijf je binnen? En voor niemand open doen.’ Zei mijn moeder weer bezorgd terwijl ze haar
handtas pakte en de jas van Isabella dicht deed. ‘Ja dat weet ik mam, maak je nou maar geen
zorgen. En ik ben toch met Tobi.’ Zei ik toen ik naar hem keek. ‘Oh ja, nog over Tobi,’ zei mijn
vader die nog zijn jas nog aan moest doen. ‘Hij is al uitgelaten, dus doe jij dat maar niet meer
want er is storm op komst zoals je weet.’ Hij wees naar het raam en toen naar mij. ‘En zoals je
ziet!’ Zei hij toen. Ik keek naar het raam, het regende inderdaad hard, gelukkig dat ik de deur niet
meer uit hoef. Ik glimlachte nep maar toch echt zo van: ‘Je hoeft je echt geen zorgen te maken ik
red me heus wel.’ Mijn vader begon te lachen. ‘Nou, wij gaan ervandoor. Tot zo.’ Ik zwaaide ze nog
na niet beseffend dat ik ze misschien niet meer zou zien na dit moment. Ik deed snel de deur dicht
want de regen kwam door de wind al snel naar binnen, ik zag trouwens dat het al donker was
geworden. Zo snel al? Ik liep naar de woonkamer en pakte de krant die op de tafel lag. Ik liep naar
de bank met mijn voetstappen die op het deuntje van de muziek uit de radio stappen zetten. Ik
aaide Tobi en ging op de bank zitten. Ondanks al die regen die keihard op het raam tikte was het
best een rustige avond…
Ik hoorde Tobi in de verte blaffen. Waarom hoorde ik hem niet van dichtbij? Hij was toch dichtbij?
Wacht eens, ik hoor hem al wat dichterbij komen. Het klonk zo wanhopig, wat was er toch? Ik
voelde iets nats bij mijn voeten, was het Tobi’s kwijlbek? Nee, het was iets anders, het was…
‘Water!’ Ik schrok me een ongeluk, ik was blijkbaar in slaap gevallen. Hoeveel uren waren al
voorbij gegaan? Waren vader, moeder en Isabella al thuis? Maar belangrijker, waar kwam dat
water vandaan? En hoe kwam het dat het zo snel steeg? Ik keek naast me, Tobi stond nog steeds
te blaffen en aan mijn been te trekken met zijn poot. Ik stond snel op, het water stond al bijna bij
mijn knieën. ‘Tobi, volg!’ Riep ik naar hem. Het gevoel in mijn buik was onbeschrijfelijk, het was
angstig, maar toch nerveus en vragend naar wat er ging gebeuren. Ik rende door het water naar
de trap, wat nogal zwaar was want het water stond al boven mijn knieën, ik rende naar boven,
maar toen ik achter me keek zag ik Tobi niet meer. ‘Tobi?’ Ik rende naar beneden en zag dat mijn
favoriete bal door de kamer dreef. Ik had honderden druppels op mijn gezicht en ik kon precies
aanwijzen welke tranen waren, hoe kon dit nou gebeuren in een paar minuten? Ik duwde mijn
benen door het water en toen ik bij Tobi was pakte ik zo snel mogelijk zijn poten vast en trok hem
naar mij toe. Ik tilde hem op net zoals ik ook altijd deed bij mijn neefje. Ik duwde mijn benen weer
door het water op de weg terug naar de trap. Het was nu veel zwaarder maar ik zou mijn maatje
voor geen cent achter laten. Opeens voelde ik iets tegen me been aanduwen, wat was het toch,
het duwde me bijna omver. Ik keek even snel. Er ging een schok door me heen. Was dat nou de
tafel? De eettafel? Maar die is hartstikke hoog, hoe kan dat nou? Maar toen ik naar beneden keek
had ik het antwoord al, het water steeg veel sneller. Het stond al bij mijn zij. Ik hoorde mezelf
snikken toen ik me door het water met spullen probeerde te wringen. Waarom gebeurde dit? En
hoe zit het met alle andere mensen en dieren? Ik probeerde maar gewoon zo snel mogelijk naar boven te gaan, ik zag dat alle dingen nog zo
netjes stonden hier boven, en ik wist dat over een paar minuten niks meer op zijn plek zou staan.
Ik liet Tobi los want er was hier nog geen water. Ik rende mijn kamer in waar mijn ouders,
Isabella, Tobi en ik opstonden. Ik voelde weer water bij mijn voeten, het verpeste het hele moment
dat ik even had om naar de foto te kijken. Tobi huilde, hij huilde precies zoals een hond of wolf het
zou doen. Nogal logisch want dat is hij ook. Ik draaide me naar hem om. Normaal zou ik zeggen
dat hij moest stoppen. Maar toen niet, want hij had gewoon gelijk. Ik riep weer ‘Tobi, volg!’ En ik
rende toen zo snel als ik kon de trap op naar de zolder. Opende het luik boven mij toen duwde ik
eerst Tobi er doorheen en daarna mezelf. Ik keek even naar beneden en zag dat het water steeds
sneller steeg. Ik sloot het luik snel omdat ik de rest niet wou zien. Het is al hartverscheurend om te
weten dat alles stuk zou gaan binnen een uur of halfuur. Ik probeerde die gedachte van me af te
zetten. Ik ging tegen de muur zitten en begon te huilen met mijn gezicht in mijn handen. Ik voelde
dat Tobi tegen me aan kwam liggen. Ik had gewoon zo een machteloos gevoel, alsof ik nu direct
dood zou gaan. Ik was dus doodsbang, wat moest ik doen? Ik hoorde het water nog steeds
stromen, dus ik deed het luik naast me voorzichtig open. Zal ik kijken of toch niet? Ik opende hem
toen toch maar helemaal, toen keek ik naar beneden, het water was flink gestegen. Ik zag
Isabella’s knuffel drijven. Ik schrok maar ik kon er niks aan doen, ik kon er ook echt niks aan doen.
Ik wou iets doen, maar wat? Ik raakte helemaal in paniek, mijn handen begonnen te trillen, erger
dan dat ze al deden. Ik deed snel het luik dicht en stond op, daarna rende ik naar een kist die ik
net had ontdekt aan de andere kant van de zolder en deed hem zo snel mogelijk open. Kleren
vlogen door de lucht: piratenkostuums, prinsessenjurken, een cape, hoeden, kroontjes, hakken,
alles. Alles maar toch niets want wat had ik nou aan die verkleedkleren? Ik draaide me om en
rende naar de andere kant van de zolder. Ik begon kasten om te gooien, spullen van de planken te
slaan. Wanhopig zoekend naar iets bruikbaars voordat het water meer steeg. Toen ik een kast weg
schoof zag ik een schilderij die oma had gemaakt en ik begon me af te vragen waar ze was, was ze
thuis? Zocht ze ook naar iets om te overleven? Had ze het ook zo koud? Veel vragen maar op geen
was er een antwoord, het maakte me boos maar ook verdrietig. Wat als ik haar nooit meer zal
zien? Wat als ze… Hé! Daar zag ik iets, iets geels, wat was het? Ik kroop er naar toe, zo snel als ik
kon. Tobi liep tegen me aan, ik besefte dat hij een echte vriend was en niet alleen een hond. En ik
wist zeker, ik verdronk liever zelf dan dat hij zou verdrinken.
Ik pakte het gele ding vast, en trok eraan, het zat vast! Hoe kon dat nou? Ik gaf er een ruk aan
maar dat hielp niet echt. Ik begon zo hard als ik kon eraan te trekken totdat ik keihard me hoofd
stootte tegen de grond. Het ding was losgekomen en toen was ik blijkbaar met me hoofd en
lichaam naar achter gevallen. Toen ik zag wat het was trok ik het naar me toe. Het was, het was
precies wat ik dacht dat het was. Een opblaasboot, voor 2 personen nog wel. Ik was heel blij, ik
kon mezelf redden en Tobi ook nog! Ik pakte de 2 peddels die erachter lagen, ik had werkelijk een
lach op mijn gezicht. Maar die verdween al snel, want er was nog een vraag, hoe blaas ik dit ding
op? Ik keek om me heen, ergens een pompje? Nee , nergens gezien. Opblazen met de mond? Kon
dat dan? Of was dat te veel gevraagd voor een jongen van 15? Maar voor ik het wist was ik al aan
het blazen, en blazen, en blazen, het leek net alsof er geen zuchtje lucht in de boot zat,
ondertussen werd ik alleen maar meer moe. Eén klein deel van het opblaasbootje was vol met een
beetje lucht. Ik herinnerde me hoe we met dit bootje over de zee in Frankrijk vaarden.
Toen was het veel makkelijker om hem op te pompen want we hadden een fietspomp. Maar die
stond natuurlijk in de schuur. Die was natuurlijk ook al helemaal ondergelopen. Ik zuchtte, ik kon
maar beter gewoon doorblazen. Mijn ogen vielen telkens bijna dicht, ik was gewoon hartstikke moe
dacht ik. Na een uur viel ik bijna zittend in slaap, of was het omdat ik telkens in die opblaasboot
zat te blazen? Ik wist het allemaal even niet meer. Ik had ook geen zin meer om te denken, ik had
nergens zin meer in. Ik bleef gewoon blazen, ook al kreeg ik er alleen maar ergere hoofdpijn van
maar ik moest doorgaan, anders zou ik me nooit hier uit kunnen redden.
Opeens stopte ik met blazen, ik voelde me draaierig, moe en misselijk. Ik had me nog nooit zo
gevoeld. Toen vielen me ogen opeens dicht, uit het niets. Ik probeerde ze weer open te doen maar
het lukte niet, ik viel naar achter en me hoofd kwam keihard tegen de houten vloer aan. Na dat
wist ik niks meer. Totdat ik mijn ogen weer open kon doen. Ik deed ze open en het licht deed pijn
in me ogen, was het al dag? Hoe laat was het? Ik keek om me heen, ik werd opgetild door iemand,
hij had een arm bij mijn kuiten en de ander op mijn bovenrug. Ik voelde zijn warme handen door mijn kleren heen. Hij keek recht voor zich uit, wie was hij? En toen schoot er iets door me heen,
Tobi. Mijn ogen stonden gelijk wijd open en mijn lichaam verstijfde. De man keek naar beneden,
naar mij. ‘Waar is Tobi?!’ Zei ik, harder dan verwacht. ‘Tobi!’ Zei ik op dezelfde toon. Ik keek
paniekerig om me heen, waar was Tobi? De man reageerde niet op wat ik zei, hij zei alleen: ‘You
don’t have to worry, you wil be ensured.’ Ik had geen idee wat hij zei, waarom vertelde hij niet
gewoon waar Tobi was? Hij strekte opeens zijn armen uit en ik voelde iemands andere warme
handen. Ik keek naar achter en zag de man weglopen die me net had gedragen. Nu begreep ik het,
het was een Engelse soldaat. Toen keek ik naar de man die mij aan het dragen was, ook een
soldaat. ‘Waar is Tobi?’ Vroeg ik aan hem. ‘Tobi?’ zei de soldaat, ‘wie is Tobi?’ Hij keek